Charleroi
Charleroi heeft een inwoneraantal van ongeveer 215.000 en is een grote industriestad, de vroegere hoofdstad van Le Pays Noir en een van de belangrijkste steden van België. Op het eerste gezicht geen toeristische bestemming dus. Charleroi is een stad die boeit door zijn sociale geschiedenis, zijn bevolking, zijn ritme, zijn gastvrijheid. In de winter is het er misschien wat somber, maar zodra de zon doorbreekt, verandert het plein voor het stadhuis met zijn terrassen en zijn fonteinen in een stukje Azuren kust. Echt waar. Bovendien zijn er in Charleroi zeer interessante musea, een levendige zondagmarkt en vlakbij de laatste echte industrielandschappen van Europa. Een stad die op een van haar grootste pleinen een Marsupilamibeeld heeft geplaatst. Die heeft ondertussen trouwens het gezelschap gekregen van Guust Flater en Lucky Luke.
Het begint bij de Romeinen. Een kolonist, Marcius genaamd, bouwde hier een villa, de Villa Marciana, die aan de basis lag van Marchienne en Marcinelle, nu twee voorstadjes van Charleroi. Voor het ontstaan van Charleroi moeten we teruggaan naar 1666. In dat jaar bouwden de Spanjaarden, die in 1643 al flink op hun donder hadden gekregen in Rocroi, een vesting in het dorpje Charnoy. De nieuwe stad kreeg de naam Charleroi, ter ere van de Spaanse koning, Karel II. Nauwelijks een jaar later wordt de stad veroverd door Lodewijk XIV. Hij laat de benedenstad aanleggen. Vauban bemoeit zich uiteraard met de stadswallen. In 1679 is de stad weer in Spaanse handen. De daaropvolgende jaren is het een komen en gaan van telkens nieuwe bezetters (Fransen, Spanjaarden, Oostenrijkers, Hollanders enzovoort). Van 1794 tot 1814 hoort de stad weer bij Frankrijk.
Charleroi, dat de revolutie gunstig gezind was, kreeg de mooie naam Libre-sur-Sambre. Op 15 juni 1815 brengt Napoleon Bonaparte hier de nacht door, voor hij zijn Waterloo tegemoet gaat. Tijdens de industriële revolutie kent de stad dankzij de koolmijnen een buitengewone ontwikkeling. Fabrieken rijzen als paddestoelen uit de grond. Het is het ontstaan van Le Pays Noir, het zwarte land. Eerst wordt de oppervlakte ontgonnen, maar daarna gaat men de steenkool steeds dieper zoeken. De schrijver Marcel Thiry is in Charleroi geboren en weet dus waarover hij spreekt als hij schrijft: "Overal in de stad hangt de droeve poëzie, die in beken van de hellingen van het steenkoolbekken stroomt". In 1868 wordt het fort, het symbool van de militaire verdrukking, door de bevolking afgebroken. In 1886 wordt Wallonië geteisterd door een diepe economische crisis. De ellende van de arbeiders is niet te overzien. In Luik wordt de 15de verjaardag van de Commune van Parijs gevierd, maar de optocht loopt uit op rellen. In Charleroi breekt een staking uit. Eerst de mijnen, dan de metaalindustrie, dan de glasfabrieken. De stakers zijn woedend.
