- Streken
- Plaatsen
Geel
Geel heeft een inwoneraantal van ongeveer 35.000 en is een plaats en stad in de provincie Antwerpen. De oorspronkelijke kern is vermoedelijk te zoeken in de omgeving van de St.-Dimpnakerk. Omstreeks de 8ste eeuw bestond daar een kleine nederzetting rond een kerkje dat toegewijd was aan de heilige Martinus. Ten tijde van de Berhouts, die Geel bestuurden van 1155 tot 1366, ontstond dan de huidige stadskern rond de St.-Amandskerk. Op die manier groeide het centrum van Geel uit tot een dubbeldorp. Later kwam het bestuur van de in de loop van de 13de eeuw tot vrijheid verheven gemeente onder andere nog in handen van de families van Hoorne en de Merode. Geel is een belangrijk agrarisch centrum. Vooral ten noorden van het Kempisch kanaal, in de parochie Ten Aard, treffen we momenteel tal van moderne landbouwbedrijven aan. Twee sterke landbouwconcentraties vinden we er respectievelijk in het Zeggegebied en op het Kempisch Domein. Beide initiatieven kwamen begin de jaren '50 van de vorige eeuw tot stand onder impuls van de Nationale Landmaatschappij.
Reeds in de 15de eeuw werd Geel een voor die tijd niet onbelangrijk centrum van de laken- en linnennijverheid. Toch geraakte Geel pas na de aanleg van diverse steenwegen, onder meer in de richting Turnhout, van de spoorlijn Antwerpen-München Gladbach en van het Kempische kanaal, uit haar economisch isolement. Uit die tijd, midden en tweede helft 19de eeuw, dateert ook de ontginning van vele hectaren heidegronden. Koning Leopold I zelf, en de Gentse baron Coppens speelden daarin een belangrijke rol. Het belangrijkste Geelse natuurreservaat is wellicht 'de Zegge' dat eigendom is van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen. Het is een overblijfsel van het vroegere 'Geels Gebroekt'. In het zuiden van de stad treffen we tenslotte het 'Zammels Buitenbroek' aan, bijna 200 hectare groot en een zeer belangrijk vogelbroedplaats.
De naam Geel, toen nog als Ghela geschreven, duikt voor het eerst op in 1155 en is mogelijk een afgeleide van het Germaanse Gelwa en lauha. Historici vermoeden dat die naam wat te maken heeft met geel, als kleur van de grond, en met het Germaans voor bosje op een hoge zandgrond. Meer dan waarschijnlijk begon de geschiedenis van Geel als een nederzetting in de omgeving van de St.-Martinuskerk, nu de omgeving van de St.-Dimpnakerk. Het Geelse wapenschild is afkomstig van de familie Berthout, de oudste Heren van Geel. Het omvat drie palen (verticale banden) op keel (gouden) veld. De breking van de palen in de linkerbovenhoek door een kwartier van hermelijnen met negen staartjes, is kenmerkend. Die vindt zijn oorsprong in de vroegere gewoonte om schilden met natuurlijk bont te overtrekken. Het stadswapen is getopt met een koekoek in natuurlijke kleuren. Oorsprong en betekenis hiervan zijn nog steeds niet achterhaald.
Geel geniet nationaal en vooral internationaal bekendheid als een belangrijk centrum voor de verpleging van geesteszieken. De stad verwierf op die manier haar eretitel 'Barmhartige Stede'. Sinds eeuwen worden de geesteszieken hier verpleegd in gezinnen zonder dat die daarom op enige psychologische scholing kunnen terugvallen. Die gezinsverpleging vindt haar oorsprong in de verering van de heilige Dimpna, een Ierse koningsdochter die volgens de legende in Geel door haar vader, in een vlaag van waanzin, vermoord werd. Ook nu nog worden geesteszieken opgenomen in het familiale leven van de Gelenaars met wie ze, vrij en ongedwongen, zowel elkaars dak als leven delen. Sinds 1838 werd de gezinsverpleging gemeentelijk georganiseerd maar vanaf 1850 kwam ze onder het beheer van de Belgische Staat, nu de Vlaamse Gemeenschap.
Bekijk hier ons aanbod hotels in Vlaanderen
