Geschiedenis Gent

Geschiedenis

Geschiedenis Gent

Reeds in de Gallische (of Keltische) tijd waren er meerdere woonkernen in de streek. De naam Gent zou afkomstig zijn van Keltische waternaam Gond => Germaans Gand => Latijn Gandavum. Jozef Vercoullie legt uit dat Ganda nooit kan betekenen samenvloeiing, de samenvloeiing van de rivieren Leie en Schelde, omdat -avum enkel bij namen van waterlopen voorkomt. De rivieren stroomden en kronkelden in een gebied waar veel gronden periodiek onder water liepen (de meersen) en die dus niet ideaal waren voor landbouw maar beter geschikt voor schapenteelt. Gent zou eeuwenlang de belangrijkste stad van de Nederlanden zijn voor laken, vlas en katoen,

Gent had vanaf de zevende eeuw twee grote abdijen (Sint-Baafs 625-650 en Sint-Pieters, na 650) die mee de stad hielpen vormen. De stad moet rond 800 belangrijk genoeg geweest zijn opdat Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote, Einhard tot abt van beide abdijen benoemt. Einhard was de biograaf van Karel de Grote. In 851-852 en opnieuw tussen 879 en 883 verwoestten de Vikingen de stad en vestigden zich lange tijd aan de Schelde (ter hoogte van huidig Duivelsteen, Sint-Baafs, Biezekapelstraat). Kort daarna, aan het einde van de negende eeuw werd een castrum opgericht door Boudewijn II de Kale op de plaats van het huidige Gravensteen. De bewoners hergroepeerden zich waarschijnlijk daar (Oudburg) en op de Graslei aan de Leie. Gent groeide uit verschillende kernen samen tot een grote stad.

Vanaf het jaar 1000 was Gent gedurende honderden jaren de grootste stad van de Nederlanden (tot rond 1550). Gent was groter dan Londen of Keulen. Buiten Italië was enkel Parijs groter. Keizer Karel zei van Gent "Je mettrai Paris dans mon Gant" (Ik zou Parijs in mijn handschoen/Gent steken.) In de 13e eeuw telde de stad zo'n zestigduizend inwoners. Gent was altijd een rebelse stad. De burgers vochten er honderden jaren tegen de vorsten om hun privileges of vrijheden te vrijwaren. In de zestiende eeuw speelde Gent een belangrijke rol in de opkomst van het Calvinisme. Tussen 1577 en 1584 was er in Gent een Gentse Calvinistische Republiek gevestigd. Toen werd ook de eerste Gentse (theologische) universiteit opgericht (in het Pand, vandaag gerestaureerd en eigendom van de Universiteit Gent). Na 1584 weken vele Calvinisten uit naar Nederland.

Gent zou in de 17de en 18de eeuw weer de grootste stad van België worden en dat blijven tot de hongersnood van 1845-1848. Aan het eind van de 18de eeuw zou het als eerste stad van het vasteland industrialiseren, onder andere omdat Lieven Bauwens een spinmachine uit Engeland smokkelde. Gent zou wel varen onder de Franse en Nederlandse tijd (met o.a. de bouw van het Kanaal Gent-Terneuzen) omdat het met zijn textielindustrie grote markten kon bedienen. Na 1830 bleef een groot deel van de Gentse burgerij oranjegezind, hoewel de meerderheid van de orangisten liefst Frans sprak. Na 1848 gingen de orangisten op in de Liberale Partij.

Gent is ook de stad waar de eerste moderne vakbonden van België het licht zagen, en waar de Belgische socialistische beweging ontstond. Eduard Anseele, de leider van de Gentse socialisten, zou echter eerst in Luik verkozen worden als parlementslid. In 1913 werd in Gent een wereldtentoonstelling georganiseerd. De tentoonstelling zelf werd georganiseerd in een speciaal gebouwd complex op het Maria-Hendrikaplein, dat later het Sint-Pietersstation werd.

Gent is de belangrijkste onderwijsstad in België met onder meer de Universiteit Gent (26.000 studenten), de Hogeschool Gent (15.000), de Arteveldehogeschool (7000), de Hogeschool Wetenschappen en Kunst (1500) en de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven (4600). In totaal studeren er meer dan 50.000 studenten in het hoger onderwijs die van de stad een unieke studentenstad maken. Het Universitair Ziekenhuis vervult een belangrijke streekfunctie die zich zelfs uitstrekt tot ver over de landsgrens, aangezien voor inwoners van het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen Gent dichterbij is dan het Academisch ziekenhuis in Rotterdam.

Bekijk hier ons aanbod hotels in Gent