Het schuttersgilde van Sint-Joris

Het schuttersgilde van Sint-Joris was een vereniging van kruisboogschutters dit in tegenstelling tot het Sint-Sebastiaansgilde dat handboogschutters opnam. De schutters waren ingedeeld in groepen van twintig man, onder leiding van een 'coninckstavel'. Elke groep werd op het slagveld vergezeld door tien mannen met grote schilden, een 'garsoen', die de schutters moesten beschermen. In de 14de eeuw splitste het Sint-Jorisgilde zich in het Oude en het Jonge Hof. Het gebouwencomplex wordt daarom ook wel Jonckhof genoemd. Het was gevestigd in de Sint-Jorisstraat en ontleende daaraan de naam van de patroonheilige. In 1768 verenigden de twee gezelschappen zich weer, maar het gilde werd in 1872 opgeheven. Dat het, net zoals het Sint-Sebastiaansgilde, groot aanzien genoot, blijkt uit het feit dat de kruisboogschutters in 1444 de enige zoon van Filips de Goede, de latere Karel de Stoute, tot erelid benoemden. De jongeman kreeg bij deze gelegenheid aan leuk cadeautje: een papegaai. Het Museum van het Sint-Jorisgilde omvat een interessant archief.

Adres: Stijn Streuvelsstraat 59


Bekijk hier ons aanbod hotels in Brugge