Literatuur

In de Belgische literatuur valt een onderscheiding te maken tussen Nederlandse en Franstalige literatuur, oftewel de Vlaamse en Waalse literatuur.

Nederlandstalige literatuur

Het oudste gedateerde werk uit de Nederlandstalige literatuur is Het leven van Sint Servaes, dat in 1160-1170 geschreven werd door de Limburger Hendrik van Veldeke. Hoewel daar waarschijnlijk nog veel werken aan voorafgingen, luidde van Veldeke (die nog een roman en een aantal minneliederen op zijn naam heeft staan) de bloeitijd van de Middelnederlandse letterkunde in. Andere meesterwerken uit de 13de eeuw zijn Van den Vos Reinaerde, de legende van Beatrijs en de Visioenen van Hadewijch.

Jacob van Maerlant was met zijn natuurwetenschappelijke en historische werken (o.a. Spieghel historiael) de voorloper van de didactische en moraliserende literatuur die in de 14de eeuw populair werd. Uit deze periode dagtekenen ook de oudst bewaarde toneelstukken. In de 15de eeuw waren de rederijkers toonaangevend. Ze schreven vooral toneelstukken in allerlei genres, zoals het overbekende mirakelspel Marieken van Nieumeghen. Onder de Spaanse bezetting werden opstandige geuzenliederen geschreven, maar verder werd de creativiteit van de schrijvers geremd door politieke en godsdienstige conflicten.

Tot het eind van de 18de eeuw gebeurden er geen spectaculaire dingen op literair gebied, maar in het begin van de 19de eeuw bliezen de rederijkers, die nog steeds bestonden, de literatuur nieuw leven in. Uit die tijd dagtekent de zedenschets Jellen en Mietje van K. Broeckaert, die als de eerste Vlaamse proza novelle beschouwd wordt. In de late 19de eeuw waren het drie West-Vlamingen die voor vernieuwing zorgden: Guido Gezelle, Hugo Verriest en Albrecht Rodenbach. Andere grote namen van rond de eeuwwisseling zijn Stijn Streuvels, Karel van de Woestijne, Herman Teirlinck en de naturalist Cyriel Buysse.

Na de Eerste Wereldoorlog werden Felix Timmermans (Pallieter) en Ernest Claes (De Witte) populair, maar het expressionisme was pas echt vernieuwend, met Paul van Ostaijen als belangrijkste en oorspronkelijkste vertegenwoordiger. Later kwam de (innerlijke) mens centraal te staan, zoals in het werk van Gerard Walschap, Lode Zielens en Willem Elsschot. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog maakte het magisch realisme opgang met Johan Daisne en Hubert Lampo, net als het sociaal realisme, waarvan Louis-Paul Boon en Piet van Aken de belangrijkste vertegenwoordigers waren.

Vanaf de jaren 1960 kende de Vlaamse literatuur een grote bloei met gevestigde namen als Hugo Claus, Paul de Wispelaere, Walter van den Broeck, Leo Pleysier, Jef Geeraerts, Ward Ruyslinck, Jos Vandeloo, Clem Schouwenaars, Paul Koeck enzovoort. In de jaren 1980 is een nieuwe generatie schrijvers opgestaan, met namen als Pol Hoste, Herman Brusselmans, Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts enzovoort. Recente sterren aan het literaire firmament zijn onder anderen Paul Mennes, Geertrui Daem, Jef Blancke en Erwin Mortier.

Franstalige literatuur

Het lijkt misschien vreemd, maar Vlaamse schrijvers hadden een belangrijke invloed op de Franstalige literatuur in België. Toch is dat niet zo verwonderlijk, aangezien een groot aantal Vlaamse schrijvers vroeger in het Frans schreven. Het Frans was namelijk lange tijd de taal van de bourgeoisie en veel Vlaamse zestigers en zeventigers kregen in hun kindertijd nog les in het Frans. Die Vlaamse invloed liet zijn sporen na, bijvoorbeeld in de voorkeur voor onderwerpen als de natuur en folklore, de realistische benadering daarvan en de zin voor het fantastische.

De oudst bekende werken uit de Waalse literatuur dateren van de 13de eeuw. Ze waren vooral religieus en moraliserend van inslag, zoals de fabels van Gautier le Leu en de verhalen van Adenet le Roi. In de 14de en de 15de eeuw waren er veel geschiedschrijvers aan het werk, zoals Jean d'Outremeuse, Jean le Bel en Georges Chastellain. Uit de renaissancetijd bleef vooral het werk Le tableau des différends de la religion van Marnix van Sint-Aldegonde bekend, waarin het rooms-katholicisme scherp bekritiseerd werd.

In de 18de eeuw gebeurde er weinig of niets op literair gebied, al vermelden we wel Mélanges militaires, littéraires, sentimentaires van Charles-Joseph de Ligne, een werk in 34 delen. Na de Belgische onafhankelijkheid publiceerde Charles de Coster zijn meesterwerk La légende et les aventures héroïques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs, een eerbewijs aan de strijd tegen de Spaanse bezetter in de 16de eeuw.

Tussen 1880 en 1890 waren het vooral Vlaamse dichters die succes hadden in het Frans, zoals Georges Rodenbach (Bruges-Ia-morte) en Maurice Maeterlinck, die zelfs de Nobelprijs won. Daarna werd het proza belangrijker, en onder invloed van de Franse schrijver Zola en de Belg Camille Lemonnier, maakte ook in Wallonië het naturalisme opgang. Tussen de beide wereldoorlogen werden zeer verschillende genres populair, zoals het realisme met Simenon, het surrealisme met de dichters Henri Michaux en Christian Dotremont, en het magisch-realisme met Marcel Thiry, Robert Vivier, Géo Libbrecht, Maurice Carême en Jean Ray.

Na de Tweede Wereldoorlog weken een aantal schrijvers uit naar Frankrijk, onder meer Georges Simenon, Félicien Marceau en Françoise Mallet-Joris. Enkele bekende hedendaagse auteurs zijn Amélie Nothomb, Pierre Mertens, Conrad Detrez, Francis Dannemark, Jean-Philippe Toussaint en François Weyergans. Een paar dichters: Eugène Savitzkaya, Jacques Izoard, Bosquet de Thoran, William Cliff en Jacques Crickillion. Onder de schrijvers van de zogenaamde 'populaire literatuur' is Simenon wel de bekendste, maar ook Henri Vernes en Thomas Owen zijn geen onbekenden.