- Streken
- Plaatsen
Surrealisme en verbeelding
Sedert de Middeleeuwen heeft het 'vlakke land' tal van kunstenaars en dichters voortgebracht met een eigenzinnige visie op de werkelijkheid. Van de monsterlijke allegorieën van Breughel, geïnspireerd door Jeroen Bosch, tot de geschriften van Waalse surrealistische schrijvers als Chavée en Scutenaire, over de dromerige en mystieke taferelen van het symbolisme, de skeletten en maskers van Ensor, de bevreemdende spoorwegstations van Paul Delvaux, de beangstigende verhalen van Jean Ray, de bolhoeden van Magritte, de dagdromen van André Delvaux, de gekke geleerden van Hergé en de parallelle werelden van Edgar Jacobs, heeft dit ogenschijnlijk banale land bijna onophoudelijk anti-cartesiaanse werelden voortgebracht die een buitenstaander verbijsteren.
Tot in zijn politieke instellingen, die het vaak moeilijk hebben om geloofwaardig over te komen, verbergt het Belgische universum ongrijpbare antiwerelden, op de rand van de schizofrenie: de absurde architectuur van het Atomium, de megalomanie van het Brusselse Justitiepaleis, waarvan de kelders meer mysteries in zich bergen dan die van het Vaticaan, de stoffige iguanodons in het Museum van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen, opgegraven uit de leem van het Krijttijdperk, de terrils van de Borinage, waarop aangrijpende poëzie tot bloei is gekomen, de Ardense grotten waarin rivieren zijn verdwaald, de extatische tronies van de wassen maskers van de Gilles van Binche, de architecturale botsingen van het stedelijk landschap, de bijtende spotzucht in de Luikse cafés en de taalkundige caramboles van de Brusselse 'zwanze', de liedjes in de vierde graad van Jean-Luc Fonck de Steella, de roomtaartenguerrilla van de entarteur, dat alles draagt ertoe bij om een tocht door België tot een aaneenschakeling van buitengewone ervaringen te maken, waarbij de vaak bijna verstikkende banaliteit plots kan omslaan in een explosie van het ongewone, die een inspirerende verwarring genereert.
