Nederlandse periode

Het Franse keizerrijk stortte in elkaar en Engeland wilde de beide Nederlanden herenigen om als bufferstaat tegen Frankrijk te dienen. Willem I werd koning van de Nederlanden. Maar al vanaf het begin was dit gedwongen huwelijk gedoemd om te mislukken. De Belgen waren katholiek, de Nederlanders protestants. In het zuiden was de bourgeoisie actief in de industrie, in het noorden in de handel. Het feit dat het Nederlands de officiële taal werd, stuitte zelfs de verfranste Vlaamse elite tegen de borst. De Belgen besloten hun krachten te bundelen en in augustus 1830 ontstonden er naar aanleiding van een operette in de Muntschouwburg in Brussel rellen die tot de afscheuring van de Zuidelijke Nederlanden zouden leiden. Op 27 september werden de Nederlanders verjaagd en de Belgische onafhankelijkheid was een feit.