Na de Spaanse overheersing

Flips II stond kort voor zijn dood de soevereiniteit over de Nederlanden af aan zijn dochter Isabella, die later trouwde met Albrecht van Oostenrijk. Het noorden liet zich echter niet onderwerpen en Albrecht en Isabella regeerden bijgevolg alleen over de Zuidelijke Nederlanden. De Kerk maakte gebruik van de relatieve rust om het land opnieuw over te halen tot het katholicisme en de jezuïeten richtten 34 colleges op. Rubens stichtte zijn fameuze atelier en werd rondreizend ambassadeur. De barok scheerde hoge toppen. De aartshertogen Albrecht en Isabella overleden jammer genoeg zonder voor nageslacht gezorgd te hebben en terwijl de 17de eeuw voor de Noordelijke Nederlanden de Gouden Eeuw was, kende België niets dan ellende. In 1585 werd de Schelde door dichtslibbing afgesloten voor de Antwerpenaren, wat een economische ramp betekende. Op het platteland heerste hongersnood door voortdurende plunderingen door rondtrekkende troepen. Bovendien werden de Zuidelijke Nederlanden geplaagd door pestepidemieën.

 

De voortdurende oorlogen tegen Frankrijk, de Spaanse successieoorlog, de lange reeks conflicten tussen Frankrijk, Spanje, de Nederlanden en Engeland, waarvan de Zuiddelijke Nederlanden er altijd het slachtoffer van werden. Het bloedige hoogtepunt was zonder twijfel het bombardement van Brussel in 1695 door maarschalk de Villeroi in opdracht van de Zonnekoning. Zelfs Napoleon, nochtans zelf geen doetje, zou deze actie later als 'barbaars en overbodig' bestempelen. Deze ramp bracht één goed ding voort: nadat de stad met vierduizend projectielen tot puin geschoten was, werd de Grote Markt herbouwd zoals we die nu nog kennen.