Leopold II en imperialisme

De ondernemingsgeest van de bourgeoisie richtte zich op het buitenland en er werd veel kapitaal geïnvesteerd in verre landen. België exporteerde trams naar Odessa en spoorwegen naar Peking. De Belgen bouwden fabrieken in Azië en een stad in Egypte. Leopold II koesterde grootse plannen voor zijn koninkrijk. Hij probeerde een kolonie te veroveren in Brazilië en Guatemala, maar dat mislukte. Daarom gaf hij de opdracht een van de weinige onbekende gebieden van de wereld te verkennen: Centraal-Afrika. Onder het mom van de bestrijding van de slavenhandel financierde hij een paar expedities. Leopold II richtte een studiecomité voor Kongo op en stuurde boodschappers uit die in zijn naam verdragen tekenden met de Afrikaanse stamhoofden. Hij plantte de Belgische driekleur op een gebied van 2.300.000 vierkante kilometer, dat tot de Onafhankelijke Kongostaat werd gedoopt.

Het kostte de Belgische staat geen frank (euro), want de koning betaalde alles uit eigen zak. Wel wist hij een paar Amerikaanse zakenpartners te strikken met voordelige concessies. Toen Leopold II in 1909 overleed, liet hij België een fabelachtig rijke kolonie na, die tachtig keer groter was dan het moederland. Leopold II drukte ook zijn stempel op het uitzicht van Brussel: zo liet hij een paar prestigieuze verkeersaders aanleggen en weelderige monumenten oprichten, waarvan er een paar erg omstreden waren (het Justitiepaleis, het Jubelpark). De welgestelde burgerij liet mooie huizen bouwen in de nieuwe art-nouveaustijl. De hoofdstad werd een avant-gardistisch kunstcentrum waar moderne schilders, schrijvers, muzikanten en andere kunstenaars hun toevlucht zochten.