- Streken
- Plaatsen
- Weer
- Informatie
- Natuur
- Gastronomie
- Achtergronden
- Klimaat
- Taal
- Godsdienst
- Economie
- Geografie
- Flora en fauna
- Onderwijs
- Hoofdstad van Europa
- Bestuurlijke organisatie
- Bevolking
- Samenleving
- Politiek
- Toerisme
- Literatuur
- Bekende Belgen
- Geschiedenis
- Koning Albert
- Romeinen
- Prehistorie
- Leopold II en imperialisme
- Interbellum
- Na de Spaanse overheersing
- Keizer Karel
- Franse Periode
- Oostenrijkse periode
- Feodaliteit en rijkdommen
- Bourgondirs
- De Eerste Wereldoorlog
- De Spaanse overheersing
- Het Koninkrijk Belgie
- De Tweede Wereldoorlog
- Nederlandse periode
- Koning Boudewijn I
- Einde van het Romeinse Rijk
- Kunst
- Ontspannen
- Reisverhalen
- Reisverzekering
- Praktisch
- Hotels
- Reizen
- Vakantieparken
- Vervoer
- Bezienswaardigheden
- Campings
- Last minute
- Musea
- Plattegrond
- Uitgaan
- Vakantiehuizen
- Weekendje weg
- Winkelen
Einde van het Romeinse Rijk
Vanaf 256 staken Frankische krijgers de Rijn over en werd geheel Gallia geplunderd en werden vele steden en dorpen verwoest. Rond 280 werden de invallers verdreven, maar een stam, de Saliërs bleef de Belgische gebieden binnenvallen. Uiteindelijk werd er tussen de Romeinen en deze Frankische stam rond 296 een verbond gesloten en werden ze als verdedigers van de rijksgrens tussen Nijmegen en de zee aangesteld. Vanaf circa 297 werd Belgica door keizer Diocletianus gesplitst in Belgica Prim in het zuidoosten en Belgica Secunda in het westen. Het in het noordoosten gelegen Germania Inferior was al op het einde van de eerste eeuw van Belgica losgemaakt. In deze bewogen periode ontstond ook de taalgrens, die van groot belang zou blijken voor het toekomstige België. In het noorden bleef men Germaans spreken, maar in het zuiden werd het Romaans de voertaal. Hoewel deze taalgrens later nog zou wijzigen, maakte de naam die beide volkeren elkaar gaven veel duidelijk: Diets, Deutsch of Teutsch en aan de andere kant Gall, Welsch en Walha (vandaar de naam Walen).
De Kerk wilde de barbaarse Franken wat beschaving bijbrengen en stuurde Ierse monniken naar het Frankische rijk. Deze missionarissen gaven hun naam aan basilieken en kerken: Remaclus (Stavelot), Vincentius (Soignies), Lambertus (Luik), Hubertus en Waltrudis (Bergen), Gertrudis (Nijvel). De laatste Merovingische koningen, niet voor niets de 'vadsige koningen' genoemd, lieten hun goederen beheren door hofmeiers, die beetje bij beetje de macht overnamen. In 697 kreeg Pippijn II van Herstal het voor elkaar om zowat het hele Frankische rijk onder zijn hoede te krijgen. Zijn bastaardzoon Karel Martel werd het bekendste lid van de familie, nadat hij de Saracenen tot staan had gebracht bij Poitiers in 732. Pippijn III de Korte zette de laatste Merovingische koning af en stichtte de dynastie van de Karolingen. Zijn zoon Karel de Grote (volgens de Luikenaren geboren in Jupille) liet zich in 800 tot keizer kronen door de paus. Hij koos Aken tot hoofdstad van zijn rijk.
Zijn Karolingische rijk strekte zich uit van de Elbe tot de Pyreneeën en van de Noordzee tot de Abruzzen. Onder zijn bewind kende het rijk een periode van rust en welvaart. Na de dood van Karels opvolger, Lodewijk de Vrome, werd het rijk in 843 door het verdrag van Verdun in drieën verdeeld. De drie kleinzonen van Karel de Grote kregen elk een stuk. Karel de Kale kreeg West-Francië, het latere Frankrijk. Lodewijk kreeg Oost-Francië (ten oosten van de Rijn), dat later het Heilige Roomse Rijk zou worden, en Midden-Francië (van Holland tot Italië) ging naar Lotharius. Lotharingen zou later op zijn beurt in drieën verdeeld worden: Italië, Bourgondië en Lotharingen. Er ontstond een paradoxale toestand: het westen, waar Germaans gesproken werd, stond onder het gezag van de Franse koning. Het oosten, waar men Romaans sprak, maakte deel uit van het Duitse rijk. Luik was een geval apart. De bisschop Notger kreeg er de titel van prins-bisschop. Het prinsbisdom Luik zou lang onafhankelijk en welvarend zijn, waardoor het de bijnaam 'Athene van het noorden' kreeg.
