- Streken
- Plaatsen
- Bezienswaardigheden
- Het Stadhuis van Brussel
- Grote Zavelplein
- Jubelpark
- Justitiepaleis
- Kleine Zavelplein
- Kerk Sint-Jan-de-Doper van het Begijnhof
- Egmontpaleis
- De Grote Markt
- De Beurs
- Brouckèreplein
- Bruxella 1238
- Beenhouwerstraat
- Atomium
- Koningsplein
- Koninklijk Paleis
- Sint-Hubertusgalerijen
- Planetarium
- Sint-Jacob-op-Koudenberg
- Sint-Katelijnekerk
- Sint-Nicolaaskerk
- Sint-Michiels en Sint Goedelekathedraal
- Paleis voor Schone Kunsten
- O.L.-Vrouwe-ter-Zavel
- Magdelenakapel
- Leopoldpark
- Manneken Pis
- Mini-Europe
- O.L.-Vrouwe-ter-Kapellekerk
- Ambiorixplein
- Hotels
- Musea
- Uitgaan
- Winkelen
Paleis voor Schone Kunsten
Sinds de oprichting op 4 mei 1928 onderging het Paleis voor Schone Kunsten om administratieve redenen heel wat transformaties. De renovatiewerken herstellen de ruimten zoals Victor Horta ze bedacht in ere. Het Paleis voor Schone Kunsten werd in 1922 opgericht als een vzw. Het culturele idee voor dit gebouw werd onder impuls van melomaan Henry Le Boeuf architecturaal gerealiseerd door Victor Horta. Sinds de feestelijke opening in 1928, tegelijkertijd de opening van de tentoonstellingszalen en de Marmeren Hal, werd het Paleis voor Schone Kunsten voortdurend veranderd en aangepast. In november 1928 opende de Kamermuziek- en de Recitalzaal. De eerste, die in de jaren vijftig reeds enkele veranderingen onderging, werd volledig gerenoveerd en veranderd aan de vooravond van de zestigste verjaardag in 1988. De tweede zaal werd vooral gebruikt voor film tot 1969 en vervolgens voor conferenties en toneel. Ze kreeg de naam Studio en werd eveneens gerenoveerd en aangepast in 1988.
Na de openingen in december 1928 gingen achtereenvolgens ook nog twee conferentiezalen open, het Klein Theater in 1948 en de Raadzaal. De bekende Henry Le Boeuf zaal, oorspronkelijk Grote Zaal voor Symfonische Concerten genoemd, werd pas een jaar na de officiële opening ingehuldigd: 19 oktober 1929. In 1977 werden enkele veranderingen aangebracht, noodzakelijk om veiligheidsredenen maar met als gevolg dat ook de uitzonderlijke akoestiek wijzigde. Er moest gewacht worden op de grote renovatiewerken van 1999-2000, geleid door architect Georges Baines, voor de zaal zijn originele glans en akoestiek terugkreeg.
In 1944 integreerde het Filmarchief, dat zes jaar eerder opgericht werd, het Paleis voor Schone Kunsten. Dit leidde tot de oprichting van het Filmmuseum met een projectiezaal in 1962, en twintig jaar later, in 1982 een tweede zaal. Ondertussen werd de marmeren zaal, ook de zaal met beeldhouwwerken genoemd, onder de druk van Mei 68 omgevormd door de architecten Baucher, Draps en Libois. Zij gebruikten een buizensysteem om verschillende niveaus te creëren voor een multidisciplinaire ruimte, die zowel kon dienen als ontmoetingsplaats, tentoonstellingsruimte of concertzaal. Ze werd daarom ook Animatiehal genoemd. In 1995 werd ze in de oorspronkelijke staat gebracht en Victor Horta Hal gedoopt. De renovatie die in juni 2002 van wal stak, verwijdert al de structuren die stukje bij beetje werden toegevoegd. Ze legt weerom de oorspronkelijke ruimten bloot en herstelt Horta's gebouw inwendig in ere.
