Marche en Famenne

Marche-en-Famenne ligt aan de westrand van de overgangszone tussen het landbouwgebied Famenne en de bossen van de Ardennen. Marche betekent in de eerste plaats een marktplaats, het administratieve en gerechtelijke centrum; tevens de arrondissementshoofdstad. Van Marche was in de Romeins4e periode reeds sprake. Marche leefde en leeft al erg lang van de handel. Het kreeg reeds in 1311 een Charter. In Marche ondertekende don Juan van Oostenrijk op 12 februari 1577 het 'Eeuwig Edict' met de 17 Provinciën, waarbij de Pacificatie van Gent (1576) werd bekrachtigd. Marche werd nadien opgenomen bij de reeks steden van het Gulden Vlies. Van dit oude marche zijn nog resten van vestingsmuren, door de Zonnekoning over het hoofd gezien, en een Drievuldigheidskapel uit de 13de eeuw over.
In een gerestaureerde wachttoren huist het Musée de la Tourelle (Museum bij het Torentje). Het museum geeft een goed overzicht van het leven in de stad in vroegere tijden. Marche-en-Famenne was tot de 18de eeuw het centrum van het kantwerk in Wallonië: in de 18de eeuw werkten hier en in de omliggende dorpen zo'n 850 kantwerksters. In de Pot d'Etain of Tinnenpot, een herberg uit de 17de eeuw, worden geregeld cursussen 'kantklossen op zijn Waals' georganiseerd.
