Villers devant Orval
Orval is een plaatsje in de provincie Luxemburg in het zuidoosten van België. Het heeft slechts circa 700 inwoners en is vooral een geliefde plaats voor dagjestoeristen. Orval bezit namelijk een wereldberoemde abdij, met de toepasselijke naam: Abdij van Orval. Dit cisterciënzerklooster werd gesticht in de 11e eeuw en groeide al snel uit tot één van de rijkste abdijen in Europa. Het klooster is bekend geworden door zijn geschiedenis en zijn trappistenbier en kaas.
Rond het jaar 1070 kwamen de eerste monniken uit Italië aan in het graafschap Chiny in België. Veertig jaar later zouden zij weer vertrekken, om vervolgens naar de gemeenschap van Kartuizers, een andere bekende kloosterorde, te gaan. De kerk was nog maar half voltooid. De zoon van Graaf Arnold zou uiteindelijk een andere kloosterorde oproepen dit werk af te maken. Rond 1124 zou de kerk worden ingewijd door de bisschop van Verdun, Hendrik van Winton. De kloosterorde wist zich echter moeilijk in leven te houden, economisch ging het slecht. Daarom zouden zij aansluiten bij de Orde van Cîteaux. Er moest een grote uitbreiding komen en zo geschiedde het ook. Rond 1200 was deze verbouwing klaar. In het jaar 1252 zou er echter een grote brand woedden, waardoor hele delen moesten worden herbouwd. Vanaf dat moment kreeg het overigens nog een aantal keer te maken met tegenslagen, waardoor het klooster bijna was opgeheven.
In de 15e en 16e eeuw waren het de oorlogen tussen de Fransen en de Bourgondiërs en later de Spanjaarden, die grote schade toebrachten aan de abdij. Koning Karel V stond toen toe dat een ijzersmelterij werd opgericht op het grondgebied van de abdij die overigens ook weer mocht worden hersteld. In 1533 kon de nieuwe kerk worden ingewijd, met zo’n 24 monniken in zijn gelederen. Tot 1637 zou het goed gaan, maar in dat jaar zouden de troepen van de Franse maarschalk de Châtillon het klooster plunderen en in brand steken. Weer moest de abdij worden hersteld. In 1782 zou de nieuwe kerk helemaal klaar zijn, maar tijdens de Franse Revolutie zou het klooster weer geheel worden vernietigd.
In 1926 werd pas begonnen met de wederopstanding van het klooster. De familie de Harenne zouden de ruïnes van Orval en de gronden eromheen schenken aan de Orde van Cîteaux. Die zagen het wel zitten om een nieuwe gemeenschap tot stand te zien komen in de abdij. De wederopbouw werd een immens grote onderneming. Dom Marie-Albert van der Cruyssen, Gentenaar en monnik van La Trappe nam de verantwoordelijkheid op zich. Architect Henry Vaes zou een nieuw klooster uittekenen. De nieuwe abdij zou worden opgetrokken op de fundamenten van zijn voorgangers. In 1936 wordt Orval een zelfstandige abdij en Dom Marie-Albert werd verkozen tot abt. Op 8 september 1948 kon de abdij helemaal worden ingewijd.
Een van de hoogtepunten van een bezoek aan de abdij is de fontein Mathilde. Volgens de legende heeft Gravin Mathilde van Toscane haar trouwring verloren in deze fontein. Nadat ze God om hulp had gevraagd kwam er forel boven water met in zijn bek deze kostbare ring. Verder bestaat de abdij uit vier gedeeltes: het eigenlijke klooster, dat alleen voor monniken toegankelijk is, de brouwerij, de binnenplaats met een gastverblijf en het gedeelte dat toegankelijk is voor toeristen. Deze bestaat uit de ruïnes van de oude kerk, de fontein, de kruidentuin, de filmzaal en de abdijwinkel. Naast de kruidentuin, die overigens geneeskrachtige planten bevat, is de 18e-eeuwse apotheek gevestigd. Deze werd gebouwd door Antoine Perrin.
