Bouillon

De stad Bouillon heeft 5505 inwoners en behoort tot de mooiste plekjes van de Ardennen. Het oude hertogdom van Bouillon is even prachtig als in het verleden, met de burcht, wonder van de middeleeuwse militaire kunst. Verschillende patriciërshuizen van de XVIIde en XVIIIde eeuwen worden zorgvuldig onderhouden door hun eigenaars: het college Turenne of het klooster van de Zusters van het Heilig Graf getuigen hiervan, ook de bastions, de kazernes Vauban of het huis van de gouverneur.
De dorpjes van Bouillon strekken zich uit langs de Semois op een lengte van ongeveer vijftig km: Les Hayons, Dohan, Noirefontaine, Corbion, Botassart, Ucimont, Poupehan, Rochehaut, Frahan en Laviot bevinden zich op de aangeslibde laagvlakte of op de hoogvlakte bij de beekbronnen, zoals Curfoz en Sensenruth, Mogimont en Vivy of Bellevaux. Bouillon bezit het belangrijkste boserfdeel van België. Haar eik- en beukbossen bewonen de hoogvlakte van Menuchenet en de hellingen van de zijrivieren van de Semois, met ongeveer zestig spectaculaire uitzichten zoals het Graf van de Reus of het panorama van Frahan in Rochehaut.
De geschiedenis van de plaatselijke burcht is onafscheidelijk verbonden met die van Godfried van Bouillon, de roemruchte ridder, die in 1096 de Eerste Kruistocht naar het Heilig Land leidde. Boven het plaatsje bestond toen al een burcht, want de versterking Bouillon werd reeds vermeld in het Verdrag van Verdun in 843, toen het uitdrukkelijk aan Lotharingen werd toegewezen. Rond 1050 herbouwde Godfried met de Baard de vesting en zijn beroemde zoon Godfried IV, hertog van Neder-Lotharingen groeide hier op. Geïnspireerd door Pieter de Kluizenaar verkocht deze ridder zijn kasteel aan de prins-bisschoppen van Luik om met de opbrengst ervan een expeditie naar Palestina te financieren. Men weet dat hij ginder in 1099 door zijn strijdmakkers tot koning werd uitgeroepen om zijn heldhaftige gedrag bij de verovering van Jeruzalem.
